Direct naar:

Is een Licht Verstandelijke Beperking een snelweg naar chroniciteit in de ggz?

‘Wanneer we binnen de ggz onvoldoende aandacht hebben voor iemands verleden, dan komen we laagbegaafdheid vaak niet op het spoor. Het risico bestaat dat de psychiatrische diagnose niet juist gesteld wordt en de behandeling niet aanslaat. Wanneer de diagnose wel juist is, maar het IQ is lager dan de zorgprofessionals denken, heeft de behandeling ook onvoldoende effect. Hierdoor kan iemand onnodig lang in zorg blijven. Dit zijn belangrijke redenen voor het risico op chroniciteit’.
Jeanet Nieuwenhuis, psychiater

Gepubliceerd: 26 april 2021

Op 22 april jl. is het onderzoek “Increased prevalence of Intellectual Disabilities in higher intensity mental health settings” ( Nieuwenhuis J.G., Lepping P., Mulder C.L., Nijman H.L.I., Veereschild M.H., Noorthoorn E.O., gepubliceerd in de British Journal Psych Open.
Het onderzoek beschrijft de sterk oplopende prevalentie van laagbegaafdheid bij in zorgintensiteit oplopende settingen (van poliklinisch tot intensieve vervolg behandeling) binnen GGNet.

Nieuwe inzichten

In de ggz werd vaak aangenomen dat er bij patiënten vooral sprake is van laagbegaafdheid ten gevolge van cognitief verval. Het screeningsinstrument op intelligentie (SCIL) maakt geen onderscheid tussen aangeboren of verworven laagbegaafdheid. Terwijl dit verschil wel invloed heeft op de psychiatrische behandeling. De SCIL is inmiddels gevalideerd binnen diverse FACT-teams en op de HIC. Binnen GGNet is cross-sectioneel onderzoek gedaan met de SCIL waarbij patiënten met een hoog niveau diploma en een lage SCIL-uitslag werden gedetecteerd door schooldiploma’s na te trekken in het Elektronisch Patiënten Dossier.

We benaderden 1.616 patiënten van wie er 1.213 (75%) meededen aan het onderzoek. Gemiddeld over alle settingen scoorde 41.4% positief op de SCIL, dat wil zeggen vermoeden laagbegaafdheid (Licht Verstandelijke Beperking en Zwakbegaafdheid). Op de poliklieken 27%, FACT teams en RGC’s 40% en langdurig verblijf afdelingen zelfs 67%. Dit is dus een sterke oververtegenwoordiging ten opzichte van de algemene populatie waar dit volgens het SPB ongeveer een percentage van 6-8 % is.

Slechts bij 7% van alle patiënten die meededen aan het onderzoek vonden we een aanwijzing voor cognitief verval waarvan 26 % op de langdurige setting verbleef met merendeels de diagnose schizofrenie en verslaving. Dit is in lijn met de literatuur. Laagbegaafdheid komt dus binnen de ggz veel vaker voor dan in de algemene populatie. Dit was tot nu toe niet onderzocht.

Wij feliciteren Jeanet Nieuwenhuis van harte met deze 3de publicatie op weg naar haar promotie die verwacht wordt in het voorjaar van 2022.Het is fantastisch dat nu ook wetenschappelijk aangetoond wordt dat het om een grote groep patiënten gaat die met aanpassingen in de diagnostiek en behandeling, aansluitend op het niveau van functioneren, succesvol behandeld kan worden. 

VGGNet is in 2020 gecentraliseerd in Warnsveld en heeft een transitie richting derde lijn ondergaan. Het heeft zich als missie gesteld om binnen de ggz laagbegaafdheid beter te herkennen en erkennen. “Deze doelgroep verdient het om echt gezien te worden’, aldus Ester van Beek manager VGGNet.

Klik hier voor een link naar de publicatie of download de pdf pdf (396 KB) .